Correcte bandenspanning

Correcte bandenspanning: veiliger en beter voor milieu

Uit onderzoek blijkt dat meer dan 60% van de automobilisten rijdt met een verkeerde bandendruk. In meer dan 80 % van deze gevallen betreft het een te lage druk.
De gevolgen van een te lage bandendruk zijn:

  • de wegligging en remgedrag van het voertuig gaat drastisch achteruit
  • de banden slijten sneller en onregelmatig
  • het brandstofverbruik gaat drastisch omhoog ten gevolge van verhoogde weerstand (met platte banden fietsen vergt ook veel meer energie t.o.v. correct opgeblazen banden)
  • de band genereert meer warmte tijdens het rijden wat bandenpech kan veroorzaken.

De aangewezen bandenspanning vind je in de handleiding van de wagen, of op een sticker aangebracht op de wagen (bv. in de deurstijl aan de chauffeurszijde of op de klep van de brandstoftank).
Regelmatige (éénmaal per maand) controle en correctie van uw bandendruk wordt daarom ten sterkste aanbevolen. 
Onthoud dat je de bandenspanning steeds moet meten bij koude banden. De luchtdruk stijgt immers naarmate de band warmer is, en daalt als de band afkoelt. Controleer de bandenspanning dus als de banden koud zijn. Dit betekent dat er minstens 1 uur niet, of slechts kort (maximaal 2 tot 3 kilometer bij lage snelheid) mee is gereden.